Hernemen van opleidingen Commissie Duikonderricht – Update oktober 2020 16-10-2020

Beste duiker,

Zoals eerder beloofd komen we terug naar jullie met meer info betreffende de heropstart van het Duikonderricht na de COVID-19-lockdown. Onderstaande bepalingen zijn dus vanaf heden van toepassing.


1. Algemeen

De onderstaande bepalingen hebben voorrang op de huidige Infomap zolang deze niet worden herroepen via een nieuwe NELOS-Info.

Duikers met ziektesymptomen zoals grieperig gevoel, koorts, hoest, kortademigheid, neusloop en ongewone vermoeidheid komen niet sporten en kunnen de toegang tot het zwembad, het theorielokaal of de duikplaats geweigerd worden.

Het is de verantwoordelijkheid van de NELOS-Instructeurs om gewijzigde bepalingen onverwijld toe te passen en de COVID-19-richtlijnen te respecteren.

Alle lopende opleidingen zijn 1 jaar langer geldig; m.a.w. alle opleidingen die lopende waren tot 01 juli 2020 zijn 4 jaar geldig alvorens er opleidingsonderdelen (proeven, duikleidingen, doopduiken, opleidingsduiken, vaardigheden; examens theorie, zwembadexamens, stagelessen etc.) komen te vervallen; dit is niet van toepassing voor de opleidingen opgestart na 01 juli 2020.

Kandidaten 4*Duiker/AI die wensen deel te nemen aan een examen Duiker-Hulpverlener kunnen zich inschrijven voor het sluitstuk zonder over het brevet Duiker-Hulpverlener te beschikken. Voor de finale homologatie, moeten ze hier dan wel over beschikken. De kandidaten die zich in deze situatie bevinden dienen dit kenbaar te maken aan het NELOS- secretariaat.


2. Opleidingen Theorie: geven van lessen en organiseren van examens

  • Hiervoor dienen we de richtlijnen van het onderwijs te respecteren; nl. 1,5 m afstand houden, mondmasker verplicht gebruiken (ook lesgever) en het lokaal waar mogelijk ventileren. Voor én na het onderricht raden wij sterk aan alle gebruikte materialen, tafels, stoelen, enz. te desinfecteren.
  • Het elektronisch afnemen van examens is niet toegelaten.

3. Zwembad: trainingen, geven van lessen en organiseren van examens

Algemene richtlijnen
  • De algemene bepalingen ten aanzien van preventie en hygiëne bij het beoefenen van de duiksport in tijden van COVID-19 dienen onverminderd te worden opgevolgd.
  • De richtlijnen van het zwembad inzake gebruik van kleedkamers, maximaal aantal personen etc. moeten nauwgezet worden opgevolgd.
  • Kort vóór het te water gaan, ontsmet je altijd het mondstuk van de ademautomaat waaraan je gaat ademen.
  • Iedereen waakt erover dat elke duiker gedurende de gehele les/examen/duik/... de aan hem toegewezen fles/ademautomaat gebruikt en niemand anders (gebruik eventueel markeringen). Zo nodig dienen de verschillende ademautomaten te worden gepersonaliseerd.
  • Wisselademhaling of buddy breathing is NIET toegestaan. Het is dus onder geen beding toegestaan dat een duiker het mondstuk van zijn mededuiker in de mond neemt (ook niet de tweede ademautomaat of octopus).
  • Het element “wisselademhaling” wordt in elk zwembadprotocol vervangen door de “COVID-19 wisselademhaling-simulatie”:
    • De “lucht-ontvanger” neemt zijn mondstuk uit de mond en houdt het in zijn hand.
    • De “lucht-aanbieder” biedt zijn eigen mondstuk aan (ie. het mondstuk waar hij op ademde) en houdt zijn mondstuk 3 tellen tegen de hand van de “lucht- ontvanger”.
    • De “lucht-ontvanger” stopt tegelijkertijd zijn eigen mondstuk terug in de mond, blaast dit leeg, ademt het aantal maal zoals bepaald in het origineel protocol en neemt het mondstuk terug uit de mond met de opening naar beneden.
    • Nadien worden de rollen omgedraaid en wordt het mondstuk zo verder gewisseld.

Duikinitiaties
  • Het geven van duikinitiaties is toegelaten mits het steeds respecteren van de social distancing afstanden.
  • Het duikmateriaal dient steeds kort voor en na de initiatie te worden ontsmet.

1*Duiker

Alle proeven zijn toegelaten in hun oorspronkelijke vorm, met uitzondering van:

  • Gecombineerde proef:
    • De wisselademhaling na het teken “ik heb geen lucht meer” wordt vervangen door de “COVID-19 wisselademhaling-simulatie”.
    • Wanneer de kandidaat de ademautomaat met de langste slang aan de instructeur aanbiedt, stopt de instructeur zijn eigen mondstuk terug in de mond.
  • De wisselademhaling is gestopt en beiden ademen voor het vervolg van de proef elk op hun eigen ontspanner.

2*Duiker

De proeven zonder fles zijn toegelaten in hun oorspronkelijke vorm.

De proeven met fles worden als volgt aangepast t.o.v. de huidige Infomap:

  • Proef 30 m wisselademhaling: de wisselademhaling na het teken “ik heb geen lucht meer” wordt vervangen door de “COVID-19 wisselademhaling-simulatie”.
  • Gecombineerde proef: het element wisselademhaling wordt vervangen door de “COVID-19 wisselademhaling-simulatie”.
  • 4 maal 10 m tussen 2 flessen: ideaal is er maximaal 1 deelnemer per flessenkoppel. Indien er om organisatorische redenen toch 2 kandidaten tussen 2 flessen over en weer zouden zwemmen, dan dient er op elke fles minstens 2 ademautomaten te worden voorzien waarbij er over gewaakt wordt de elke duiker uitsluitend aan het hem toegewezen mondstuk ademt. De instructeurs die de proef superviseren dienen te beschikken over een aparte luchtbron en mogen de mondstukken die ter beschikking staan van de kandidaten niet gebruiken; deze dient er ook over te waken dat de kandidaten niet het verkeerde mondstuk gebruiken.
  • Proef met trimvest en 2de ademautomaat:
    • De wisselademhaling na het teken “ik heb geen lucht meer” wordt vervangen door de “COVID-19 wisselademhaling-simulatie”.
    • Wanneer kandidaat A zijn tweede ademautomaat aan kandidaat B aanbiedt, stopt kandidaat B zijn eigen mondstuk terug in zijn mond.
    • De wisselademhaling is gestopt en beiden ademen voor het vervolg van de proef elk op hun eigen ademautomaat.
    • Kandidaat A en kandidaat B nemen de duikfles van kandidaat B samen vast en zetten de proef verder.

3*Duiker

De proeven zonder fles zijn toegelaten in hun oorspronkelijke vorm.
De volgende proeven met fles worden aangepast t.o.v. de huidige Infomap:

  • Ster met 4 duikers: iedere duiker voorziet een fles met ademautomaat. Alle flessen worden in een stervorm op de bodem gelegd, met de onderzijde tegen elkaar en de ademautomaat naar buiten. De duikers gaan in een ster liggen, elk voor hun eigen fles, Eén kandidaat begint en ademt 1 keer. Pas wanneer hij het mondstuk uit de mond neemt en terug op de eerste trap legt, geeft hij een tik op de schouder van de duiker die naast hem ligt. Deze mag dan op zijn beurt ademen en zal nadat hij het mondstuk uit de mond neemt en op de eerste trap legt, een tik geven op de schouder van de volgende duiker. Steeds dezelfde richting aanhouden (wijzerzin of tegenwijzerzin). De duikers houden zich niet vast aan de fles.
  • 60 m met 2 duikers op één fles: de proef wordt in beginsel uitgevoerd zoals beschreven in de Infomap, met die verstande dat elke duiker aan zijn eigen ademautomaat ademt en aangepast als volgt:
    • Er ligt één gemeenschappelijke fles in het diep zonder ademautomaat.
    • Elke kandidaat is bijkomend voorzien van een eigen fles met ademautomaat en jacket, die op de rug wordt gedragen. De kandidaat mag zich uittrimmen.
    • Kandidaat A ademt aan de ademautomaat van zijn fles en neemt de ademautomaat uit de mond, en brengt de ademautomaat naar de kraan van de gemeenschappelijk fles.
    • Kandidaat B ademt vervolgens op zijn beurt aan de ademautomaat van zijn fles en neemt de ademautomaat uit de mond, en brengt de ademautomaat naar de kraan van de gemeenschappelijk fles.
    • Op het einde van de proef leggen de kandidaten de gemeenschappelijke fles voor zich en ademen bij het stijgen elk aan hun eigen ademautomaat.
  • 4 maal 20 m tussen 2 flessen: ideaal is er maximaal 1 deelnemer per flessenkoppel. Indien er om organisatorische redenen toch 2 kandidaten tussen 2 flessen heen en weer zouden zwemmen, dan dient er op elke fles minstens 2 ademautomaten te worden voorzien waarbij er over gewaakt wordt dat elke duiker uitsluitend aan het hem toegewezen mondstuk ademt. De instructeurs die de proef superviseren dienen te beschikken over een aparte luchtbron en mogen de mondstukken die ter beschikking staan van de kandidaten niet gebruiken; deze dient er ook over te waken dat de kandidaten niet het verkeerde mondstuk gebruiken.

4*Duiker

De proeven zonder fles zijn toegelaten in hun oorspronkelijke vorm.
De volgende proeven met fles worden aangepast t.o.v. de huidige Infomap:

  • Ster met 6 duikers: iedere duiker voorziet een fles met ademautomaat. Alle flessen worden in een stervorm op de bodem gelegd, met de onderzijde tegen elkaar en de ademautomaat naar buiten. De duikers gaan in een ster liggen, elk voor hun eigen fles. Eén kandidaat begint en ademt 1 keer. Pas wanneer hij het mondstuk uit de mond neemt en terug op de eerste trap legt, geeft hij een tik op de schouder van de duiker die naast hem ligt. Deze mag dan op zijn beurt ademen en zal nadat hij het mondstuk uit de mond neemt en op de eerste trap legt, een tik geven op de schouder van de volgende duiker. Steeds dezelfde richting aanhouden (wijzerzin of tegenwijzerzin). De duikers houden zich niet vast aan de fles.
  • 60 m met 3 duikers op één fles: de proef wordt in beginsel uitgevoerd zoals beschreven in de infomap, met die verstande dat elke duiker aan zijn eigen ademautomaat ademt en aangepast als volgt:
    • Er ligt één gemeenschappelijke fles in het diep zonder ademautomaat.
    • Elke kandidaat is bijkomend voorzien van een eigen fles met ademautomaat en jacket, die op de rug wordt gedragen. De kandidaat mag zich uittrimmen.
    • Kandidaat A ademt aan de ademautomaat van zijn fles en neemt de ademautomaat uit de mond, en brengt de ademautomaat naar de kraan van de gemeenschappelijk fles.
    • Kandidaten B en C ademen achtereenvolgens op hun beurt aan de ademautomaat van hun fles en nemen de ademautomaat uit hun mond, en brengen de ademautomaat naar de kraan van de gemeenschappelijk fles.
    • Op het einde van de proef leggen de kandidaten de gemeenschappelijke fles voor zich en ademen bij het stijgen elk aan hun eigen ademautomaat.
  • 4 maal 25 m tussen 2 flessen: ideaal is er maximaal 1 deelnemer per flessenkoppel. Indien er om organisatorische redenen toch 2 kandidaten tussen 2 flessen over en weer zouden zwemmen, dan dient er op elke fles minstens 2 ademautomaten voorzien te worden waarbij er over gewaakt wordt de elke duiker uitsluitend aan het hem toegewezen mondstuk ademt. De instructeurs die de proef superviseren dienen te beschikken over een aparte luchtbron en mogen de mondstukken die ter beschikking staan van de kandidaten niet gebruiken; deze dient er ook over te waken dat de kandidaten niet het verkeerde mondstuk gebruiken.

Assistent-Instructeur

Geen aanpassingen nodig.


1*Instructeur

De volgende proeven worden aangepast t.o.v. de huidige Infomap:

  • Ster met 7 duikers: iedere duiker voorziet een fles met ademautomaat. Alle flessen worden in een stervorm op de bodem gelegd, met de onderzijde tegen elkaar en de ademautomaat naar buiten. De duikers gaan in een ster liggen, elk voor hun eigen fles, Eén kandidaat begint en ademt 1 keer. Pas wanneer hij het mondstuk uit de mond neemt en terug op de eerste trap legt, geeft hij een tik op de schouder van de duiker die naast hem ligt. Deze mag dan op zijn beurt ademen en zal nadat hij het mondstuk uit de mond neemt en op de eerste trap legt, een tik geven op de schouder van de volgende duiker. Steeds dezelfde richting aanhouden (wijzerzin of tegenwijzerzin). De duikers houden zich niet vast aan de fles.
  • 4 maal 25 m tussen 2 flessen: ideaal is er maximaal 1 deelnemer per flessenkoppel. Indien er om organisatorische redenen toch 2 kandidaten tussen 2 flessen over en weer zouden zwemmen, dan dient er op elke fles minstens 2 ademautomaten voorzien te worden waarbij er over gewaakt wordt de elke duiker uitsluitend aan het hem toegewezen mondstuk ademt. De instructeurs die de proef superviseren dienen te beschikken over een aparte luchtbron en mogen de mondstukken die ter beschikking staan van de kandidaten niet gebruiken; deze dient er ook over te waken dat de kandidaten niet het verkeerde mondstuk gebruiken.

4. Open Water: duiken en afleggen van proeven, duikleidingen, doopduiken, opleidingsduiken, vaardigheden etc.

Algemene richtlijnen
  • Alle duikers dienen de richtlijnen van de Geneeskundige Commissie te volgen i.v.m. de classificatie van de duikers; de duikers van ‘Groep 3’ mogen duiken; de overige categorieën dienen de specifieke bepalingen van deze categorieën te volgen.
  • Een duikgroep mag bestaan uit 50 personen inclusief de duikverantwoordelijke die minstens AI, 4*Duiker of Instructeur is. Het is de verantwoordelijkheid van de algemene duikverantwoordelijke dat de hygiënische afspraken gerespecteerd worden. Het organisatieblad, waaruit duidelijk blijkt wie met wie duikt alsook wie de desbetreffende algemene duikverantwoordelijke is dient afgedrukt en volledig ingevuld ter plaatse aanwezig te zijn op de duikplaats.
  • De veiligheidsafstand (1,5 m) moet gegarandeerd worden voor wie niet in dezelfde ‘bubbel’ zit; indien dit niet kan gegarandeerd worden moet een mondmasker worden gedragen; tijdens de materiaalcontrole kan, indien nodig, het mondmasker worden vervangen door duikbril en ademautomaat
  • De regel die stelt dat, indien een duiker 3 maanden niet gedoken heeft, hij eerst 5 duiken moet hebben uitgevoerd alvorens te starten met proeven, blijft van toepassing.
  • De afnemende instructeur moet in zijn briefing de nodige aandacht besteden aan de algemene COVID-19-maatregelen bij het sportduiken, alsook aan de praktische uitvoering ervan. Deze extra maatregelen mogen geen verzwaring van de proef of van de vaardigheid inhouden, en mogen dus niet meegenomen worden als evaluatiecriterium.
  • De beperking met betrekking tot de maximale ppO2 van 1,0 bar is niet meer van toepassing; uiteraard blijven de diverse veiligheidsreglementen i.v.m. de maximale ppO2 bij nitrox- en technisch duiken wel nog steeds van toepassing.
  • Het blijft aanbevolen om uiterst conservatief en veilig te duiken; recreatieve duiken blijven een absolute aanbeveling.
  • Het blijft aanbevolen om 40 m te hanteren als maximale duikdiepte en niet decompressieduiken blijven eveneens aanbevolen.
  • Indien de lokale bepalingen (m.b.t. het voorkomen van de verspreiding van COVID-19) strenger zijn dan de bepalingen van NELOS dienen deze ook te worden gerespecteerd.
  • Wisselademhaling (buddy breathing):
    • In het kader van een proefafname of bij het testen van een vaardigheid, is het onder geen beding toegestaan dat een duiker het mondstuk van zijn mededuiker in de mond neemt (ook niet de tweede ademautomaat of octopus). Wisselademhaling of buddy breathing is dus NIET toegestaan.
    • In een reële noodsituatie waarbij een duiker luchtgebrek heeft, dient in eerste instantie een tweede ademautomaat gebruikt te worden; wisselademhaling is uiteraard wel toegestaan indien er geen andere opties zijn.

Duikinitiaties
  • Het geven van duikinitiaties is toegelaten mits het steeds respecteren van de social distancing afstanden.
  • Het duikmateriaal dient steeds kort voor en na de initiatie te worden ontsmet.

1*Duiker
  • Doopduiken en opleidingsduiken zijn toegelaten.
  • Aanpassing van de vaardigheid (V3) ‘Recupereren van de eigen ademautomaat’: het is niet toegestaan dat de kandidaat en de instructeur elkaars mondstuk in de mond nemen. Bij de situatie “Ik heb geen lucht meer” zal de duiker die lucht aanbiedt zijn mondstuk gedurende 3 tellen tegen de hand houden van de duiker die zogezegd in luchtnood zit. Bij het stijgen ademt elke duiker aan zijn eigen ademautomaat.

2*Duiker
  • Zijn vanaf heden opnieuw toegelaten: B2 en de elementaire duikleidingen (BL1, BL2 en BL3).
  • Zijn opnieuw toegelaten vanaf 1 augustus 2020: B1, B3 en B4
  • B1: 500 m vinzwemmen
    De evaluerende Instructeur zorgt dat alle deelnemers van deze proef de nodige afstand houden.
  • B3: Technische redding van zone (10) tot 0 m + 50 m slepen + CPR & zuurstoftoediening
    Bij deze proef dienen zowel het ‘slachtoffer’ als de ‘redder’ ten allen tijde hun ademautomaat in te houden en hun masker op het gezicht te laten staan; de inspanning voor het slepen dient te worden gedoseerd zodat de redder in staat is om te duiken onmiddellijk na het slepen. Na dit deel van de oefening wordt er verder gedoken. De C.P.R. moet worden uitgevoerd op een reanimatiepop, onmiddellijk na de duik en in duikuitrusting. Bij het toepassen van de C.P.R. dient het protocol te worden gebruikt zoals verder in dit document aangegeven.
  • B4: Statische wisselademhaling zone (15) + opstijgen op 2e ademautomaat tot 0 m Het huidige protocol blijft behouden, maar is in beperkte mate aangepast zodat er nooit 2 duikers aan éénzelfde mondstuk moeten ademen:
    • Bij de situatie “Ik heb geen lucht meer” zal de duiker die lucht aanbiedt zijn mondstuk gedurende 3 tellen tegen de hand houden van de duiker die zogezegd in luchtnood zit; terwijl de duiker die zogezegd in luchtnood zit zijn eigen mondstuk in de mond houdt.
    • Tijdens de simulatie luchttekort door de instructeur zal de kandidaat, tijdens de gesimuleerde wisselademhaling, zijn 2de ademautomaat zo snel mogelijk losmaken en de werking controleren zonder er zelf aan te ademen.
    • Vervolgens geeft de kandidaat zijn 2de ademautomaat (waar hij zelf niet aan heeft geademd) aan de instructeur en behoudt zelf zijn 1ste ademautomaat. De wisselademhaling is gestopt.
    • Bij deze proef is het van het allergrootste belang dat het mondstuk van de kandidaat, waar de Instructeur op moet ademen, zowel kort voor de duik als na de duik wordt ontsmet.

3* Duiker
  • Zijn vanaf heden opnieuw toegelaten: C2 en de duikleidingen (CL1, CL2, CL3 en CL4).
  • Zijn opnieuw toegelaten vanaf 1 augustus 2020: C1, C3, C4 en C5.
  • C1: 1.000 m vinzwemmen
    De evaluerende Instructeur zorgt dat alle deelnemers van deze proef de nodige afstand houden.
  • C3: Technische redding van zone (10) tot 0 m + 100 m slepen + CPR & zuurstoftoediening.
    Bij deze proef dienen zowel het ‘slachtoffer’ als de ‘redder’ ten allen tijde hun ademautomaat in te houden en hun masker op het gezicht te laten staan; de inspanning voor het slepen dient te worden gedoseerd zodat de redder in staat is om te duiken onmiddellijk na het slepen.
    Na dit deel van de oefening wordt er verder gedoken. De C.P.R. moet worden uitgevoerd op een reanimatiepop, onmiddellijk na de duik en in duikuitrusting. Bij het toepassen van de C.P.R. dient het protocol te worden gebruikt zoals verder in dit document aangegeven.
  • C4: Statische wisselademhaling zone (30) + opstijgen op 2e ademautomaat tot 0 m
    Het huidige protocol blijft behouden, maar is in beperkte mate aangepast zodat er nooit 2 duikers aan éénzelfde mondstuk moeten ademen:
    • Bij de situatie “Ik heb geen lucht meer” zal de duiker die lucht aanbiedt zijn mondstuk gedurende 3 tellen tegen de hand houden van de duiker die zogezegd in luchtnood zit; terwijl de duiker die zogezegd in luchtnood zit zijn eigen mondstuk in de mond houdt.
    • Tijdens de simulatie luchttekort door de instructeur zal de kandidaat, tijdens de gesimuleerde wisselademhaling, zijn 2de ademautomaat zo snel mogelijk losmaken en de werking controleren zonder er zelf aan te ademen.
    • Vervolgens geeft de kandidaat zijn 2de ademautomaat (waar hij zelf niet aan heeft geademd) aan de instructeur en behoudt zelf zijn 1ste ademautomaat. De wisselademhaling is gestopt.
    • Bij deze proef is het van het allergrootste belang dat het mondstuk van de kandidaat, waar de Instructeur op moet ademen, zowel kort voor de duik als na de duik wordt ontsmet.

Assistent-Instructeur/4*Duiker
  • Zijn vanaf heden opnieuw toegelaten: D2 en de duikleidingen (DL1, DL2, EL1 en EL2).
  • Zijn opnieuw toegelaten 1 augustus 2020: D1, E3, D5 en D6.
  • D1 & E1: 1.500 m vinzwemmen
    De evaluerende Instructeur zorgt dat alle deelnemers van deze proef de nodige afstand houden.
  • E3: Technische redding van zone (15) tot 0 m + 150 m slepen + CPR & zuurstoftoediening
    Bij deze proef dienen zowel het ‘slachtoffer’ als de ‘redder’ te allen tijde hun ademautomaat in te houden en hun masker op het gezicht te laten staan; de inspanning voor het slepen dient te worden gedoseerd zodat de redder in staat is om te duiken onmiddellijk na het slepen. Na dit deel van de oefening wordt er verder gedoken. De C.P.R. moet worden uitgevoerd op een reanimatiepop, onmiddellijk na de duik en in duikuitrusting. Bij het toepassen van de C.P.R. dient het protocol te worden gebruikt zoals verder in dit document aangegeven.
  • D4: Statische wisselademhaling zone (40) + opstijgen op 2e ademautomaat tot 0 m
    Het huidige protocol blijft behouden, maar is in beperkte mate aangepast zodat er nooit 2 duikers aan éénzelfde mondstuk moeten ademen:
    • Bij de situatie “Ik heb geen lucht meer” zal de duiker die lucht aanbiedt zijn mondstuk gedurende 3 tellen tegen de hand houden van de duiker die zogezegd in luchtnood zit; terwijl de duiker die zogezegd in luchtnood zit zijn eigen mondstuk in de mond houdt.
    • Tijdens de simulatie luchttekort door de instructeur zal de kandidaat, tijdens de gesimuleerde wisselademhaling, zijn 2de ademautomaat zo snel mogelijk losmaken en de werking controleren zonder er zelf aan te ademen.
    • Vervolgens geeft de kandidaat zijn 2de ademautomaat (waar hij zelf niet aan heeft geademd) aan de instructeur en behoudt zelf zijn 1ste ademautomaat. De wisselademhaling is gestopt.
    • Bij deze proef is het van het allergrootste belang dat het mondstuk van de kandidaat, waar de Instructeur op moet ademen, zowel kort voor de duik als na de duik wordt ontsmet.

1*Instructeur
  • Alle proeven zijn opnieuw toegelaten.
  • Aandachtspunt bij proef I2 ‘Duik naar 40m met leerling die voor het eerst naar die diepte gaat’: er mag geen simulatie gedaan worden waarbij wisselademhaling (buddy breathing) nodig zou zijn.

Jeugdduiken
  • Doopduiken en opleidingsduiken zijn toegelaten voor alle niveaus.

Nitroxduiken
  • Basis Nitrox-Duiker (BND):alle proeven zijn toegelaten.
  • Gevorderde Nitrox-Duiker (GND): alle proeven zijn toegelaten.
  • Nitrox-Instructeur (NI): alle proeven zijn toegelaten.

Technisch duiken
  • Extended Range Diver (ERD): alle proeven zijn toegelaten.
  • Normoxic Trimix Diver (NTD): alle proeven zijn toegelaten.
  • Advanced Trimix Diver (ATD): alle proeven zijn toegelaten.
  • CCR-brevetten: alle proeven zijn toegelaten.

5. Reanimatie

Vanaf heden dient de reanimatie, voor niet-redders, te gebeuren volgens onderstaand protocol.

Zie figuur

Bij het toedienen van zuurstof dient de zuurstofset te worden aangereikt aan de duiker in nood en dient de hulpverlener de nodige instructies te geven vanop 1,5 m afstand; de hulpverlener die toch dichterbij wenst te komen dient over een mondmasker (ideaal een P2-masker) te beschikken.



We rekenen er alvast op dat deze aangepaste protocollen nauwgezet zullen worden opgevolgd teneinde onze geliefkoosde sport in alle veiligheid te kunnen verderzetten. Dit is ook noodzakelijk om op een veilige manier de opleiding te kunnen aanbieden aan de kandidaten die staan te springen om verder te groeien in de duiksport.


Met vriendelijke groeten,

Technisch directeur
Sven VANDEKERCKHOVE

Voorzitter
Ronny MARGODT